11. aug, 2016

Geschreven door Ingrid Vente, medeoprichter van Zorgen doen wij Samen en vrijwilliger in een Hospice.

 

Vandaag kwam ik er weer eens achter hoe bevoorrecht ik ben als vrijwilligster.

Als ik in het hospice ben, ben ik er.

Voor het ontbijt, de was, de boodschappen, het schoonmaken maar vooral om “er te zijn”.

 

Ik hoef namelijk mezelf niet te verantwoorden in 4 verschillende verslagen aan een manager.

Een manager van wie ik me oprecht afvraag wanneer hij of zij voor het laatst zorg heeft verleend.

 

Ik hoef niet tijdens het wassen van een gast de telefoon op te nemen om vervolgens op stel en sprong weg te rennen omdat “iemand in de wijk gevallen is en ik daar gelijk naar toe moet”

 

Ik hoef niet alleen in de wijk rond te sprinten van de ene cliënt naar de andere omdat het “nou eenmaal het vakantie rooster is” .

 

Ik maak me ook niet druk als ik weer naar boven moet lopen voor die ene meneer die nu al voor de vierde keer op de alarmknop en “ik wel wat beters te doen heb “.

 

Natuurlijk is het bij ons ook de bedoeling dat de dagelijkse klussen gewoon doorgaan.

Alleen met het verschil dat ik die vier uurtjes van mijn dienst er met name ben voor onze gasten.

 

Dus als die meneer voor de vierde keer in een half uur belt, dan loop ik gewoon weer naar boven.

Dan maak ik een praatje, ga een stukje met hem lopen op de gang “ kijk eens hoe goed het met me gaat zuster!”

 

Voor mij is het namelijk geen werk, ik hoef geen goedkeuring van mijn manager voor de besteding van mijn uren. Ik wil alleen maar goedkeuring van onze gasten. En meestal krijg ik die in de vorm van een glimlach. Dat maakt ook dat ik in het hospice veel meer geduld heb dan daarbuiten.

Ik moet namelijk niks, ik mag!

 

Ik mag er zijn, om te wandelen, om billen te wassen, om het bed op te maken en warme havermout te maken. En soms hoeft zelfs dat niet. Ik vroeg vanmorgen aan een van onze gasten: “ Mag ik nog iets voor u doen?” En toen kreeg ik als antwoord: “Er zijn”

Dit was misschien nog wel de moeilijkste taak van de dag voor mij.

Want ik functioneer nou eenmaal het beste als ik mag “rennen, springen, vliegen, vallen, duiken en weer opstaan”. Maar dan denk ik weer aan al die onwijs hardwerkende Verpleegkundigen in de wijk........hoe bevoorrecht ben ik dan als vrijwilligster dat ik er gewoon kan zijn voor iemand als hij of zij hierom vraagt?!

Ingrid

www.zorgendoenwijsamen.nl 

www.facebook.com/zorgendoenwijsamen.nl